EnglishNederlands
Integrale Veiligheidsanalyse Maastricht 2014—2017

Sociale kwaliteit

Sociale kwaliteit gaat over de ‘veerkracht’ en ‘vitaliteit’ van de buurt. Vooral ‘intermenselijke relaties’ hebben een sterke invloed hierop. Denk aan betrokkenheid van bewoners, de kwaliteit van sociale netwerken en informele sociale controle.

Politiecijfers
2014 2015 2016 2017 2018
Burengerucht (relatieproblemen) 285 307 352 426 446
Overlast door verward of overspannen persoon 381 416 536 625 733
Overlast zwervers 157 146 127 158 216
Drugs- en drankoverlast 1821 1237 1006 985 1068

Geregistreerde drugsoverlast is in de afgelopen 4 jaar trendmatig gedaald. Sinds 2016 is de daling gestabiliseerd. De verwachting is dat de ondergrens bereikt is en dat zonder een extra/andere/nieuwe aanpak geen verdere daling meer plaatsvindt.

Verder is te zien dat de overige vormen van sociale overlast (burengerucht, overlast van personen met verward gedrag en overlast van zwervers) trendmatig zijn gestegen.

Veiligheidsmonitor
2014 2015 2016 2017
Sociale cohesie - schaalscore [score] 5.6 5.7 6 5.7
% Overlast buurtbewoners: veel overlast [%] 8.8 8.3 7.1 8.2
% Drugsgebruik en Drugshandel: veel overlast [%] 17.1 15 10.2 11
% Dronken mensen op straat: veel overlast [%] 6 5.4 5.3 5.6
% Mensen op straat lastiggevallen: veel overlast [%] 3.2 2.6 1.8 2.2
Sociale overlast [%] 28 25 20.2 20.5

Uit de Veiligheidsmonitor volgt dat de schaalscore voor sociale cohesie in de buurt (mensen in de buurt kennen elkaar, mensen in de buurt gaan op een prettige manier met elkaar om, mensen wonen in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen, mensen voelen zich thuis bij de mensen in de buurt) in de afgelopen jaren ongeveer gelijk is gebleven.

In 2016 gaven de inwoners van Maastricht als rapportcijfer gemiddeld een 6 voor de sociale cohesie in de buurt. In 2017 is het cijfer echter weer gezakt naar een 5,7.

De Veiligheidsmonitor laat over drugsoverlast hetzelfde beeld zien als de politiecijfers. Er is voor Maastricht sprake van een dalende trend tot 2016. Gemiddeld heeft over de afgelopen 4 jaar 13,3 procent van de Maastrichtenaren overlast ervaren van drugsgebruik en drugshandel.

Beeld professionals

Overlast personen met verward gedrag

Overlast multiprobleemgezinnen/-huishoudens

Drugsoverlast

Overlast buren/burengerucht (woonoverlast)

Professionals bevestigen het voorgaande cijfermatige beeld grotendeels. Vooral overlast van personen met verward gedrag en overlast van multiprobleemgezinnen noemen ze als belangrijke thema’s voor de komende jaren. Verder zijn drugsoverlast en burengerucht (woonoverlast) belangrijke thema’s. Deze thema’s spelen vooral in de sociaal kwetsbare wijken.

Uit het kwantitatieve en het kwalitatieve beeld volgt dat de sociale kwaliteit in Maastricht onder druk staat. De overlast die geregistreerd wordt onder dit thema heeft een sterke invloed op de veiligheid en veiligheidsbeleving van de inwoners van Maastricht. De sociale kwaliteit kan onder druk komen te staan door woonoverlast, burengerucht, overlast van personen met verward gedrag, multiprobleemgezinnen/-huishoudens, overlast door illegale bewoning, intimiderende buurtbewoners (onaantastbaren), drank- en drugsoverlast.

De individualisering van de samenleving heeft geleid tot een afbrokkeling van de sociale cohesie. Als het eigenbelang steeds meer boven het algemene belang wordt gesteld en de burger zich steeds minder verantwoordelijk voelt voor overkoepelende problemen in de maatschappij, bestaat het gevaar voor normvervaging. Een dalend vertrouwen in de overheid en haar handhavers en angst voor daders of dadergroepen, maakt dat burgers meer geneigd zijn om de grenzen van het toelaatbare op te zoeken en elkaar ook minder aanspreken op normafwijkend gedrag.

Vooral in sociaal kwetsbare wijken staat de leefbaarheid het meest onder druk. Er is sprake van onvoldoende of een afname van de sociale weerbaarheid in bepaalde buurten. Gebrek aan onderling contact en bekendheid met de buurt/buren leidt tot onduidelijkheid over wat men van elkaar mag verwachten qua geldende normen en waarden in de buurt. Dit leidt tot een afname in het aanwezige draagvlak bij buurtbewoners om in te grijpen als de openbare orde in buurt wordt geschonden of in gevaar wordt gebracht. Uiteindelijk resulteert dit in het ontbreken van de informele sociale controle. En dat is een voedingsbodem voor overlast en (veelvoorkomende) criminaliteit.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat sociale netwerken en relaties (sociale cohesie) een criminaliteitswerend effect hebben. Sociale cohesie ontstaat in buurten waar sprake is van collectieve weerbaarheid. Door de aanwezigheid van sterke lokale sociale banden gecombineerd met een gedeeld waarde- en normenpatroon ontstaat collectieve weerbaarheid in een buurt. Dat schept een klimaat van vertrouwen en wakkert de bereidheid aan om een steentje bij te dragen aan de gemeenschap. Denk aan een oogje in het zeil te houden als zich probleemsituaties voordoen. Uit verschillende studies is gebleken dat lage niveaus van collectieve weerbaarheid op gebiedsniveau kunnen leiden tot hoge concentraties van overlast en criminaliteit. Inwoners van deze gebieden lopen op die manier een groter risico om slachtoffer te worden van een crimineel feit en een verhoogd risico op angst voor criminaliteit (Hardyns, 2010a; Wikstöm & Dolmén, 2001).

In een criminologisch onderzoek naar collectieve weerbaarheid, sociaal kapitaal en angst voor criminaliteit is de conclusie dat buurtoverlast en criminaliteit grote impact hebben op de veiligheidsbeleving van buurtbewoners. Beleidsinitiatieven gericht op het verstevigen van de sociale cohesie en het sociaal vertrouwen in de buurt gaan enerzijds de negatieve gevolgen van economische achtergesteldheid tegen en vormen anderzijds een buffer tegen buurtoverlast en -criminaliteit. De verwachting is daarbij dat beleidsinspanningen pas hun vruchten afwerpen als ook de overlastproblematiek binnen de buurt kordaat wordt opgevolgd en aangepakt. Deze aanpak leidt tot zichtbare verbeteringen, zowel op het vlak van angst voor criminaliteit als op het vlak van mijdgedrag en de risico-inschatting op toekomstig slachtofferschap.

Uit de wetenschappelijke literatuur3 blijkt dat ongeacht de mensen die er wonen, bepaalde buurten kwetsbaar blijven voor hoge criminaliteitscijfers. Theoretisch wordt dit verklaard op basis van 4 kenmerken van stedelijke buurten:

  1. armoede;
  2. bewonersmobiliteit (frequente wisselingen van bewoners die in en uit de buurt verhuizen);
  3. verval (slechte staat bouwwerken);
  4. bewonersdichtheid (veel bewoners op een kleine oppervlakte).

Deze 4 buurtkenmerken – vooral de eerste 3 – verhogen moreel cynisme bij buurtbewoners en bieden meer gelegenheid tot het plegen van criminele activiteiten. Er is daarbij sprake van minder informele controle. Dat is juist een vereiste om criminaliteit te beteugelen. Het gevolg hiervan is moreel verval, meer gelegenheid voor criminaliteit, minder sociaal toezicht en meer beweegredenen om criminele daden te plegen. De anonimiteit wordt vergroot. Dergelijke buurten zijn aantrekkelijk voor criminelen. Door de voornoemde omstandigheden in een buurt krijg je een neerwaartse spiraal waarbij criminelen domineren en niet-criminelen wegtrekken. Dat leidt tot overlast, verloedering en onveiligheidsgevoelens.

Ten slotte is in een recentelijk onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid4 geconcludeerd dat er een negatief verband bestaat tussen grotere diversiteit naar herkomst en de onderzochte indicatoren voor sociale cohesie. De conclusies komen kort gezegd op het volgende neer:

  • in buurten waar de verscheidenheid naar herkomst hoog is, beoordelen de bewoners de buurtverhoudingen als minder cohesief, voelen de bewoners zich minder thuis en voelen zij zich ook meer onveilig. In tegenstelling tot eerder Nederlands onderzoek vonden de onderzoekers op deze indicatoren voor cohesie een sterker verband met de diversiteit van de buurt dan met de individuele kenmerken van de bewoners in die buurt, zoals hun inkomen of opleidingsniveau;
  • in gemeenten waar de verscheidenheid naar herkomst hoog is, is de kans om geregistreerd te staan als dader van een delict groter dan in gemeenten waar de verscheidenheid naar herkomst lager is. Er is echter een plafond aan dit effect. Boven een bepaald niveau aan verscheidenheid neemt die kans niet verder toe;
  • de bovenstaande verbanden zijn het sterkst bij de groepen mensen met een gemiddeld inkomen. Vooral zij gaan de buurtverhoudingen slechter beoordelen als de diversiteit toeneemt. Het onderzoek geeft geen uitsluitsel waarom dit zo is, maar een mogelijke verklaring is dat de lagere inkomens wellicht meer ervaring hebben met een grote verscheidenheid in hun buurt, terwijl de hogere inkomens meer mogelijkheden hebben om te verhuizen als zij de diversiteit als een probleem ervaren. Voor middengroepen kan gelden dat zij zich sneller bedreigd voelen omdat zij meer te verliezen hebben.

Lam, J., Wal, R. van der, & Kop, N. (2018), sluipend gif, een onderzoek naar ondermijnende criminaliteit, Den Haag: Boom criminologie PDF

Hardyns, W. & Pauwels, L. (2012), Collective efficacy, sociaal kapitaal en ‘fear if crime’, Tijdschrift voor Criminologie, 54 (4), 304-319 Weblink

Bernard, T.J., Snipes, J.B., Vold, G.B. & Gerould, A.L. (2009). Vold’s Theoretical criminology (6th edition). Chapter VII: Neighborhoods and crime. Oxford: Oxford University Press. Vind in bibliotheek

Jennissen, R., Engbersen, G., Bokhorst, M. & Bovens, M. (2018), De nieuwe verscheidenheid, Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Weblink